Statuten Sportvereniging Oostrum (S.V.O.)

Artikel 1 - Naam, zetel en rechtsbevoegdheid

1. De vereniging is genaamd Sportvereniging Oostrum (S.V.O.), hierna te noemen: de vereniging. Zij heeft haar zetel te Oostrum in de gemeente Venray

2. De vereniging bezit volledige rechtsbevoegdheid.

3. De vereniging is ingeschreven in het Verenigingenregister, dat gehouden wordt bij de Kamer van Koophandel Noord-Limburg te Venlo

 

Artikel 2 - Inrichting en Duur

1. De vereniging is opgericht op 05-03-1935. De statuten van de vereniging zijn gewijzigd vastgesteld ter gelegenheid van de juridische opheffing van de plaatselijke korfbalvereniging. Als gevolg daarvan gaat K.V.O. (Korfbalvereniging Oostrum) en V.V.O. (Voetbalvereniging Oostrum) samen op in S.V.O. (Sportvereniging Oostrum).

2. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.

3. De vereniging kent afdelingen, als bedoeld in artikel 18.

4. a. De organen van de vereniging zijn: het algemeen bestuur, de algemene vergadering, afdelingsbesturen, afdelingsvergaderingen, alsmede personen en commissies die krachtens de statuten door de algemene vergadering belast zijn met een nader omschreven taak en aan wie daarbij door de algemene vergadering beslissingsbevoegdheid is toegekend.
b. De organen van de vereniging, als bedoeld onder 4a, bezitten geen rechtspersoonlijkheid.

5. De vereniging kent leden, ere-leden en leden van verdienste van een afdeling.

6. a.Het boekjaar van de vereniging loopt van 1 juli tot en met 30 juni.
b.Het boekjaar van de afdelingen is gelijk aan het boekjaar van de vereniging.
c.Sub-administraties (zoals privatiseringsgelden) kunnen afwijken van het boekjaar van de vereniging.

 

Artikel 3 - Doel

1. De vereniging heeft ten doel het doen beoefenen en het bevorde­ren van ­sport in de meest uitgebreide zin.

2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:
a. voor elke te beoefenen tak van sport een afdeling in te stellen;
b. als vereniging ten behoeve van de onder een afdeling ressorterende leden het lidmaatschap van de betreffende 
sportbond te verwerven;
c. aan de door de betreffende sportbonden georganiseerde of goedgekeurde competities en andere wedstrijden
deel te nemen;
d. wedstrijden en evenementen te organiseren;
e. de gemeenschappelijke belangen van de afdelingen te behartigen;
f. de eigendommen van de vereniging te beheren;

3. De vereniging mag geen winst onder haar leden verdelen.
 

Artikel 4 - Lidmaatschap

1. Leden zijn die natuurlijke personen, die op hun verzoek als lid tot de vereniging zijn toegelaten.

2. De leden van de vereniging ressorteren onder één of meer afdelingen, daaronder begrepen leden die zitting hebben in het algemeen bestuur.

3. Op het verzoek tot toelating tot het lidmaatschap heeft het algemeen bestuur de bevoegdheid.

4. a. Het lidmaatschap van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) is verplicht voor leden die onder de
afdeling voetbal ressorteren.
b. Het lidmaatschap van de Koninklijke Nederlands Korfbalverbond (KNKV) is verplicht voor leden die onder de
afdeling korfbal ressorteren.
c. Onder leden (ook de leden die onder een andere afdeling dan de afdeling voetbal en/of korfbal ressorteren)
zijn ook begrepen diegenen die in de betreffende afdeling een al dan niet betaalde functie bekleden.
d. Afdelingsleden, die onder een andere afdeling dan de afdeling voetbal en/of korfbal ressorteren, zijn verplicht het

lidmaatschap van de betreffende sportbond te verwerven, indien bedoelde sportbond zulks voorschrijft.

5. Ingeval van niet-toelating kan op verzoek van betrokkene de eerstvolgende algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.

6. Op voorstel van het algemeen bestuur kan de algemene vergadering een lid wegens zijn/haar bijzondere verdiensten voor de vereniging tot “ere-lid” benoemen.

7. De vereniging houdt een register bij waarin de namen, adressen en geboortedata van de leden zijn opgenomen.

 

Artikel 5 - Rechten en verplichtingen

1. De vereniging en de sportbonden kunnen, voorzover uit de statuten van de vereniging onderscheidenlijk van de sportbonden niet het tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de leden rechten bedingen. De vereniging kan in een voorkomend geval ten behoeve van een lid nakoming van bedoelde rechten en schadevergoeding vorderen, tenzij het lid het bestuur onderscheidenlijk het bestuur van de sportbond schriftelijk mededeelt het betreffende bestuur daartoe niet te machtigen.

2. De vereniging en de sportbonden kunnen, voorzover dit in de statuten van de vereniging onderscheidenlijk van de sportbonden uitdrukkelijk is bepaald, ten laste van de leden verplichtingen met derden aangaan.

3. De vereniging kan door een besluit van het bestuur, van de algemene vergadering of van een ander orgaan verplichtingen - al dan niet van financiële aard - aan de leden opleggen.

4. a. De leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van contributie.
b. De ere-leden zijn vrijgesteld van de verplichting om contributie te betalen.

5. Ieder lid is verplicht;
a. De statuten en reglementen van de vereniging, de eventuele reglementen van de afdeling, alsmede de besluiten 
van de organen van de vereniging na te leven.
b. De belangen van de vereniging en van haar afdelingen niet te schaden;
c. Alle overige verplichtingen te aanvaarden en na te komen, welke uit het lidmaatschap voorvloeien of welke de 
vereniging in naam van haar leden aangaat.

6. Een afdelingslid is daarenboven verplicht:
a. De statuten en reglementen van de betreffende sportbond, de besluiten van zijn organen , alsmede de door de
sportbond van toepassing verklaarde wedstrijdbepalingen na te leven;
b. De reglementen van de betreffende afdeling na te leven.

7. Door de vereniging kunnen in naam van de leden geen verplichtingen worden aangegaan dan nadat het algemeen bestuur door de algemene vergadering daartoe vertegenwoordigingsbevoegd is verklaard.

8. Een lid kan de toepasselijkheid van een besluit waarbij andere verplichtingen dan van geldelijke aard zijn verzwaard, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 lid 4, door opzegging van het lidmaatschap te zijnen/haren opzicht uitsluiten.

9. De leden zijn verplicht zich jegens elkaar en jegens de vereni­ging te gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijk­heid wordt gevorderd.

 

Artikel 6 - Straffen

1. a. In het algemeen zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten dat in strijd is met de wet, danwel met de statuten, reglemen­ten en/of besluiten van organen van de vereniging, of waardoor de belangen van de vereniging worden geschaad.
b. Tevens zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten dat in strijd is met de wedstrijd­be­palingen, alsmede met
de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de betreffende sportbond of waardoor de belangen 
van de bond danwel de sport in het algemeen worden geschaad.

2. Indien de algemene vergadering een Tuchtreglement heeft vastge­steld, geschiedt de behandeling van overtredingen met inacht­neming van het bepaalde in het Tuchtregle­ment en geschiedt de beoordeling en bestraffing van overtredingen door de organen, die in het Tuchtreglement daartoe zijn aangewezen. Geschiedt de behandeling door een tuchtcommissie en door een commissie van beroep dan zijn deze als organen van de vereniging te beschou­wen.

3. a. Daargelaten de bevoegdheid van de betreffende sportbond om overtredingen, als bedoeld in lid 1 onder b te bestraffen, is het algemeen bestuur bevoegd om overtredingen te bestraffen, tenzij het Tuchtreglement een ander orgaan aanwijst.
b. Indien in een Tuchtreglement geen ander orgaan wordt aangewe­zen, kan een lid van een door het algemeen bestuur opgelegde straf in beroep gaan bij de algemene vergadering, met inachtneming van het in het Tuchtreglement of anders van het in lid 7 en 8 van dit artikel bepaalde.

4. a. In geval van een overtreding, als bedoeld in lid 1, kunnen de volgende straffen worden opgelegd:

· berisping;

· tuchtrechtelijke boete:

· uitsluiting van deelneming aan wedstrijden, hetzij voor een bepaalde duur, hetzij voor een in de straf bepaald aantal wedstrijden;

· ontzegging van het recht om één of meer in de straf genoemde functies voor een in de straf genoemde termijn uit te oefenen.

· schorsing voor een bepaalde tijd;

· ontzetting uit het lidmaatschap (royement);

b. Van het opleggen van een straf wordt schriftelijk aan het lid mededeling gedaan. In spoedeisende gevallen kan een opgelegde straf mondeling aan het lid worden medege­deeld.

5. Een schorsing kan ten hoogste voor de duur van één jaar worden opgelegd. Geduren­de de periode dat een lid is geschorst, kunnen de aan het lidmaatschap verbonden rechten niet worden uitgeoe­fend, met uitzondering van het recht om in beroep te gaan.

6. a. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
b. Nadat het algemeen bestuur tot ontzetting heeft besloten, wordt het lid zo spoedig mogelijk door middel van 
een aangetekende brief met opgave van redenen van het besluit in kennis gesteld.

7. Van een door de vereniging opgelegde straf kan het lid binnen een maand na ont­vangst van deze kennisgeving in beroep gaan bij de algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

8. De betrokkene is bevoegd tot toegang tot de eerstvolgende algemene vergadering en bevoegd om aldaar het woord te voeren. De betrokkene is tevens bevoegd zich in bedoelde vergadering door een raadsman te doen bijstaan.

9. De algemene vergadering behandelt het beroep in haar éérstvolgende vergadering en beslist met een meerderheid van uitgebrachte geldige stemmen over het beroep.

 

Artikel 7 - Einde lidmaatschap

1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid, in welk geval het lidmaatschap niet vererft;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging;
d. door ontzetting uit het lidmaatschap (royement)
e. door beëindiging van het lidmaatschap door de betreffende sportbond.

2. a. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het algemeen bestuur.
b. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het algemeen bestuur, tenzij in een Tuchtregle­ment anders is
bepaald.

3. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen:
a. in de gevallen in de statuten genoemd;
b. wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereis­ten die de statuten aan het lidmaatschap stellen;
c. wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren;
d. wanneer de sportbond het lidmaatschap van het lid heeft beëin­digd, in welk geval de opzegging met
onmiddellijke ingang geschiedt, tenzij het lid tegen de beëindiging van het lidmaatschap van de sportbond op
de door de sportbond voorgeschreven wijze bezwaar heeft gemaakt. In het laatste geval is het lid als lid van de
vereniging geschorst totdat de beëindiging door de sportbond is bevestigd of ongedaan gemaakt.

4. a. Een lid kan het lidmaatschap opzeggen met inachtneming van het in dit artikel bepaal­de.
b. Een lid kan het lidmaatschap voorts met onmiddellijke ingang beëindigen:
- wanneer redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaat­schap te laten voortdu­ren;
- binnen een maand nadat een besluit, waarbij zijn rechten zijn beperkt of verplichtin­gen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld, in welk geval het besluit alsdan niet op hem van toepassing is.
Deze bevoegdheid tot opzegging komt het lid niet toe wanneer rechten en verplich­tingen worden gewijzigd, die in de statuten nauwkeurig zijn omschreven, wijziging van geldelij­ke rechten en verplichtingen hieronder begrepen;
- binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie.

5. a. Opzegging van het lidmaatschap kan slechts geschieden voor het einde van het boekjaar. De opzegging moet
schriftelijk gebeuren en met inachtneming van een opzeggings­termijn van vier weken. Op deze termijn is de
Algemene Termijnenwet niet van toepassing. In ieder geval kan het lidmaatschap worden beëindigd door
opzegging voor het einde van het boekjaar, volgend op dat waarin werd opgezegd, alsmede onmiddellijk in de
gevallen, als bedoeld in de leden 3 en 4 van dit artikel.
b. Een opzegging in strijd met het onder a bepaalde doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgende op de datum waartegen was opgezegd.

6. Indien een lid door de betreffende sportbond uit het lidmaatschap is ontzet, is het bestuur, na het onherroepelijk worden van deze ontzetting, verplicht het lidmaatschap van het desbetreffende lid met onmiddellijke ingang op te zeggen.

7. Behoudens in geval van overlijden wordt enig gewezen lid dat heeft opgezegd, geacht nog lid te zijn tot ten hoogste het eind van het boekjaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen ten opzichte van de vereniging, of zolang enige andere aangelegenheid waarbij hij betrokken is niet is afgewikkeld, de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf daarin begrepen. Gedurende deze periode kan de betrokkene geen recht uitoefenen, met uitzondering van het recht om binnen de gestelde termijn in beroep te gaan.

 

Artikel 8 - Donateurs

1. De vereniging kent naast leden donateurs.

2. Donateurs zijn die natuurlijke of rechtspersonen die door het bestuur zijn toegelaten en die zich jegens de vereniging verplichten om jaarlijks een door het algemeen bestuur vastgestel­de bijdrage te storten.

3. Donateurs hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hen in of krachtens de statuten en/of reglementen zijn toegekend of opgelegd.

4. De rechten of verplichtingen van donateurs kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage voor het lopende boekjaar voor het geheel verschuldigd blijft.

5. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het algemeen bestuur.

 

Artikel 9 - Algemeen bestuur

1. a. Het algemeen bestuur bestaat uit tenminste drie meerderjarige personen plus minimaal één vertegenwoordiger
per afdeling. De bestuursleden worden door de algemene vergadering uit de leden benoemd.
Alleen de voorzitter wordt in functie benoemd. Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door de algemene 
vergadering.
b Het algemeen bestuur bestaat in ieder geval uit een voorzitter, secretaris en penningmeester.

2. Bestuursleden worden kandidaat gesteld door het algemeen bestuur of door tenminste drie leden. De kandidaatstelling door leden geschiedt door middel van een schriftelijke voordracht, getekend door minimaal drie leden. De voorgedragen kandidaat dient tevens door middel van zijn/haar handtekening toestemming te verlenen aan de voordracht. De voordracht dient minimaal twee weken voor de algemene vergadering te gebeuren.

3. a. Ieder bestuurslid wordt benoemd voor een periode van drie jaar en treedt af volgens een door het algemeen
bestuur op te maken rooster. Aftredende bestuursleden zijn terstond herbenoembaar. Wie in een tussentijdse 
vacature is benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
b. De leden van het algemeen bestuur vanuit de afdelingen treden af als lid van het algemeen bestuur met
ingang van de datum waarop ze hun functie als bestuurslid van hun afdeling verliezen.
c. De leden van het algemeen bestuur treden af in de jaarlijkse algemene vergadering, gehouden in het boekjaar
waarin zij de leeftijd van zeventig jaar bereiken.
d. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
-door het eindigen van het lidmaatschap;

-door bedanken.

-door overlijden.
e. In een tussentijdse vacature wordt zo mogelijk binnen zes weken voorzien. Wie in een tussentijdse vacature
is gekozen, neemt op het rooster van aftreden de plaats van de voorganger in.

4. In zijn eerste algemene bestuursvergadering na een benoeming van bestuursleden, stelt het bestuur in onderling overleg de taken van de bestuursleden vast en doet hiervan - hetzij in het clubblad, hetzij door middel van een schriftelijke kennisgeving - medede­ling aan de leden.

5. Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuursleden behoort, is ieder van hen geheel aansprake­lijk terzake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

6. De algemene vergadering kan een bestuurslid schorsen of ontslaan indien zij daartoe termen aanwezig acht. Voor een besluit daartoe is een meerderheid vereist van tenminste twee derden van de uitgebrachte geldige stemmen. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

7. Een besluit ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur namens een afdeling geldt tevens als ontslag of schorsing in hoedanigheid van lid van bestuur van een afdeling.

 

Artikel 10 - Bestuursbevoegdheid

1. Behoudens beperkingen volgens de statuten is het algemeen bestuur belast met het besturen van de vereniging.

2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats(en) aan de orde komt.

3. Het algemeen bestuur is bevoegd uit zijn midden een dagelijks bestuur te benoemen en de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur vast te stellen.

4. Het algemeen bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taken te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur zijn benoemd.

5. Het algemeen bestuur is, na voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeen­komsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zeker­heidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

 

Artikel 11 - Vertegenwoordiging

1. Het algemeen bestuur vertegenwoordigt de vereniging, voorzover uit de wet niet anders voortvloeit.

2. a. De vereniging wordt voorts in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter tezamen met de secretaris of tezamen met de penningmeester, danwel bij afwezigheid van één van de genoemden tezamen met een ander bestuurslid.
b. Het algemeen bestuur is bevoegd aan anderen een schriftelijke volmacht te verlenen, op grond waarvan deze
bevoegd zijn de vereniging in de in de volmacht omschreven gevallen te vertegenwoordigen.

3. a. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het algemeen bestuur of aan bestuursleden toekomt, is
onbeperkt en onvoorwaardelijk, voorzover uit de wet niet anders voort­vloeit. Een wettelijk toegelaten of
voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de
vereniging worden ingeroepen.
b. De uitsluiting, beperkingen en voorwaarden gelden mede voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de vereniging terzake van de in artikel 10 lid 5 bedoelde handelingen.

4. Bestuursleden aan wie krachtens de statuten of op grond van een volmacht vertegen­woordigingsbevoegdheid is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet uit dan nadat tevoren een bestuursbesluit is genomen waarbij tot het aangaan van de betreffende rechts­handeling is besloten.

5. De vereniging wordt op de vergaderingen van de diverse sportbonden vertegen­woordigd door een daartoe door het afdelingsbestuur aangewezen afgevaardigde of diens plaatsvervanger, die bevoegd is op die vergadering namens de vereniging en de leden aan de stemming deel te nemen.

Artikel 12 - Rekening en verantwoording

1. Het algemeen bestuur is verplicht tot het houden van zodanige aanteke­ningen over de vermogenstoestand van de vereniging dat daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

2. a. Het algemeen bestuur brengt op de algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar -
behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering - een jaarverslag uit over de gang van
zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een
toelichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering over.
b. De onder a bedoelde stukken worden ondertekend door alle bestuursleden; ontbreekt een handtekening,
dan wordt hiervan onder opgave van redenen melding gemaakt.
Na afloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuursleden in rechte vorderen dat zij deze
verplichtingen nakomen.

3. a. De algemene vergadering benoemt een kascommissie, bestaande uit twee leden, die geen deel mogen uitmaken
van het algemeen bestuur en/of afdelingsbestuur.
b. De leden worden benoemd voor de duur van twee jaar en treden volgens een op te maken rooster af. Zij zijn aansluitend slechts éénmaal herbenoembaar.
c. De kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het algemeen bestuur en brengt aan de
algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.

4. Het bestuur is verplicht de kascommissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage in de boeken en de bescheiden van de vereniging te geven. Degenen die de rekening en verantwoording onderzoeken, kunnen zich voor rekening van de
vereniging door een deskundige doen bijstaan.

5. De opdracht aan de commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de verkiezing van een andere commissie.

6. Goedkeuring door de algemene vergadering van het jaarverslag en van de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot décharge voor alle handelingen, voorzover die uit de jaarstuk­ken blijken.

7. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel tien jaar lang te bewaren.

 

Artikel 13 - Geldmiddelen en contributie

1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:
a. contributie van de leden;
b. ontvangsten uit wedstrijden en entreegelden;
c. donateurs
d. subsidies, giften en andere inkomsten.

2. De leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van een contributie, die door de algemene vergadering jaarlijks zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende bijdrage betalen.

3. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft niettemin de contributie voor het gehele boekjaar verschuldigd.

4. Wanneer het lidmaatschap start in de loop van het boekjaar wordt een evenredig deel betaald. De door de club te maken kosten worden doorberekend aan het nieuwe lid.

 

Artikel 14 - Bestuursvergadering.

1. Tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt, vergadert het algemeen bestuur wanneer de voorzitter of twee bestuursleden dit verlangen.

2. Het algemeen bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, indien geen bestuurslid zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet en bestuursleden aan deze besluitvorming deelnemen.

3. a. Alle besluiten, daaronder begrepen de besluiten als bedoeld in lid 2, worden genomen met meerderheid van uitgebrachte geldige stemmen, mist de meerderheid van de in functie zijnde bestuursleden aanwezig is.
b. Blanco stemmen zijn ongeldig.

4. Over elk voorstel wordt afzonderlijk en mondeling gestemd, tenzij de voorzitter of een bestuurslid anders wenst.

5. a. Het in een vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming is beslis­-
send. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet
schriftelijk vastgelegd voorstel.
b. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan wordt het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelij­ke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stem- gerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oor-­ spronkelijke stemming.

6. Van het verhandelde in een vergadering worden notulen gemaakt, die op de eerstvol­gende vergadering van het orgaan dienen te worden goedgekeurd.

 

Artikel 15 - Algemene vergaderingen en bevoegdheden algemene vergadering.

1. Aan algemene vergaderingen komen in de vereniging alle bevoegdheden toe die niet door de wet of door de statuten aan het algemeen bestuur of een afdeling zijn opgedragen.

2. Jaarlijks wordt uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar tenminste één algemene vergade­ring gehouden (de jaar-vergadering) door het algemeen bestuur.
Buitengewone algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het algemeen bestuur dit gewenst acht.

3. Een algemene vergadering kan voor de afzonderlijke afdelingen in verschillende delen gesplitst worden naar tijd en plaats als het algemeen bestuur daartoe besluit.

4. Een algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het algemeen bestuur, met inachtne­ming van een termijn van tenminste veertien dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.

5. De bijeenroeping geschiedt door een mededeling in het clubblad of door middel van een aan alle leden te zenden schriftelijke kennisgeving met gelijktijdige vermelding van de agenda, of door middel van een advertentie in ten minste één, ter plaatse waar de vereniging gevestigd is, veelgelezen blad. Geschiedt de bijeenroeping door een advertentie, dan wordt de agenda door de leden op een daarvoor geschikte plaats ter inzage gelegd.

6. a. Voorts is het algemeen bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden, als bevoegd is
tot het uitbrengen van één tiende gedeelte van de stemmen in de algemene vergadering, verplicht tot het
bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van
het verzoek.
b. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig het bepaalde in lid 3 en 4. De verzoekers kunnen
alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notulen.

7. De agenda van de jaarvergadering bevat onder meer:
a. Vaststelling van de notulen van de vorige algemene vergade­ring;
b. Jaarverslag van de secretaris namens het algemeen bestuur en van de commissies en afdelingen;
c. Financieel jaarverslag over het afgelopen boekjaar;
d. Verslag van de kascommissie;
e. Vaststelling van de balans en van de staat van baten en lasten;
f. Vaststelling van de contributies;
g. Vaststelling van de begroting;
h. Benoeming bestuursleden;
i. Benoeming commissieleden;
j. Rondvraag.

 

Artikel 16 - Het leiden en notuleren van algemene vergaderingen

1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het algemeen bestuur of door zijn/haar plaatsvervanger. Is de voorzitter en diens plaatsvervanger verhinderd, dan treedt een ander door het algemeen bestuur aan te wijzen bestuurslid als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin.

2. Van het verhandelde in elke algemene vergadering worden door een bestuurslid notulen gemaakt. De notulen worden in het clubblad gepubliceerd of op een andere wijze ter kennis van de leden gebracht en dienen door de eerstvolgende algemene vergadering te worden vastgesteld.

 

Artikel 17 - Toegang en besluitvorming algemene vergadering

1. a. Ieder lid heeft toegang tot de algemene vergadering.
b. Leden, die geschorst zijn, hebben geen toegang tot de algemene vergadering, tenzij zij bij de algemene vergadering beroep hebben ingesteld naar aanleiding van een opgeleg­de straf in welk geval zij bevoegd zijn alleen de behandeling van hun beroep bij te wonen.
c. De voorzitter van de algemene vergadering kan tevens toegang verlenen aan niet-leden.

2. Ieder lid heeft één stem.

3. Ieder lid is bevoegd zijn stem te doen uitbrengen door een schriftelijk gemachtigd ander lid van 18 jaar en ouder. De gemachtigde kan echter in totaal niet meer dan twee stemmen uitbrengen.

4. a. Stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen schriftelijk, tenzij de voorzitter zonder tegenspraak
uit de vergadering andere wijze van stemmen bepaalt of toelaat.
b. Voor iedere vacature wordt afzonderlijk gestemd.

5. Over alle voorstellen zaken betreffende wordt, voor zover de statuten niet anders bepalen, beslist bij meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen.

6. Onder meerderheid wordt verstaan meer dan de helft van de uitgebrachte geldige stemmen.

7. Bij stemming over personen is degene benoemd, die de meerder­heid van de uitge­brachte geldige stemmen op zich heeft verenigd. Indien niemand die meerderheid heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden tussen de personen, die het hoogste aantal van de uitgebrachte geldige stemmen hebben verkregen en is hij benoemd, die bij die tweede stemming de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen op zich heeft verenigd.

8. Heeft slechts één persoon het hoogst aantal stemmen verkregen, dan vindt herstemming plaats over hem/haar en degene die het op één na hoogst aantal stemmen heeft gekregen.
Zijn er meer personen die op één na hoogst aantal stemmen hebben gekregen, dan vindt over hen eerst een tussenstemming plaats om uit te maken wie de kandidaat is voor de herstemming.

9. Zowel bij de tussenstemming als de herstemmingen(en) is hij/zij gekozen die de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen heeft gekregen. Staken bij deze stemming de stemmen dan beslist het lot.

10. Als ongeldige stemmen worden aangemerkt stemmen danwel stembiljetten die naar oordeel van de voorzitter of benoemde stemcommissie;
-blanco zijn;
-zijn ondertekend;
-onleesbaar zijn;
-een persoon niet duidelijk aanwijzen;
-de naam bevat van een persoon die niet kandidaat gesteld is;
-voor iedere verkiesbare plaats meer dan één naam bevatten;
-meer bevatten dan een duidelijke aanwijzing van de persoon die wordt bedoeld.
 

Artikel 18. - Afdelingen.
1. a. De algemene vergadering stelt per te beoefenen tak van sport een afdeling in, en heft deze, na een daartoe
strekkend voorstel van de betreffende afdelingsvergadering op.
b. Iedere afdeling wordt geleid door een bestuur (afdelingsbestuur), dat verantwoording schuldig is aan de algemene
vergadering van de afdeling (afdelingsvergadering).
2. a. Een afdelingsbestuur bestaat uit tenminste drie personen. Het aantal bestuursleden wordt nader vastgesteld door
de betreffende afdelingsvergadering.
b. Een afdelingsbestuur wordt gekozen door de afdelingsvergadering uit onder de afdeling ressorterende leden.
c. Voor een functie in het afdelingsbestuur kunnen tot uiterlijk twee weken voor de afdelingsvergadering kandidaten
worden gesteld door het afdelingsbestuur of door minimaal drie onder de afdeling ressorterende stemgerechtigde
leden. De kandidaatstelling door leden geschiedt door middel van een schriftelijk voordracht, getekend door 
minimaal drie leden. De voorgedragen kandidaat dient tevens door middel van zijn/haar handtekening
toestemming te verlenen aan de voordracht.

3. a. De afdelingsvergadering bestaat uit alle onder de betreffende afdeling ressorterende stemgerechtigde leden.
b. Drie weken voor een algemene vergadering van de vereniging kan een afdelingsvergadering gehouden worden.
Zo mogelijk bevat de agenda van de afdelingsvergadering onder meer de agenda van de algemene vergadering.

4. a. De afdelingen regelen de zaken die volgens het oordeel van het algemeen bestuur door de afdelingen apart
geregeld dienen te worden.
b. Een afdelingsbestuur is verplicht om met betrekking tot zaken die de de belangen van de vereniging of van een
andere afdeling kunnen raken voorafgaand overleg te plegen met het algemeen bestuur of het betreffende
afdelingsbestuur. Komen de betrokken besturen niet tot overeenstemming dan beslist het algemeen bestuur.
c. Een afdelingsbestuur is verplicht bij zijn handelen te blijven binnen de jaarlijks door de algemene vergadering
vastgestelde begroting.
5. Tenzij anders is bepaald zijn de artikelen 9, 10, 11, 12, 14, 15, 16 en 17 overeenkomstig van toepassing op de
afdelingen.
 

Artikel 19 – Reglementen
1. De organisatie, alsmede de taken en bevoegdheden van zowel de vereniging als van een afdeling kunnen nader
worden geregeld in afzonderlijke reglementen, met dien verstande dat reglementen van de vereniging door de
algemene vergadering en afdelingsreglementen na goedkeuring door het algemene bestuur door de betreffende 
afdelingsvergadering worden vastgesteld.
2. Nieuwe reglementen, alsmede wijzigingen van reglementen treden in werking de één en twintigste dag na de dag
waarop de algemene vergadering of betreffende afdelingsvergadering het besluit tot vaststelling of wijziging heeft 
genomen, tenzij anders zal worden bepaald.
3. Iedere vaststelling of wijziging van een reglement wordt gepubliceerd in het clubblad (indien dat bestaat) of op een
andere wijze ter kennis van de leden gebracht, onder vermelding van de datum van inwerkingtredingen letterlijke
weergave van de tekst van de aangenomen bepaling(en).
4. De in lid 1 bedoelde reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet, ook die geen dwingend recht bevat, noch met
de statuten.
 

Artikel 20 - Statutenwijziging

1. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de algemene vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergade­ring moet tenminste veertien dagen bedragen.

2. Zij, die de oproeping tot de algemene vergadering ter behande­ling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste veertien dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.
Bovendien wordt de voorgestelde wijziging tenminste veertien dagen vóór vergadering in het clubblad (indien dat bestaat) gepubliceerd .

3. Het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel is niet van toepassing, indien in de algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statuten­wijziging met algemene stemmen wordt aangenomen.

4. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen, in een vergadering waarin tenminste een helft van de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien geen helft van de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegen­woordigd is, wordt binnen vier weken op een andere datum daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel, zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, een besluit kan worden genomen, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen.

5. a. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Van dit
tijdstip wordt mededeling gedaan in het clubblad en/of anderszins. Ieder bestuurslid afzonder­lijk is dan tot
doen verlijden van deze akte bevoegd.
b. De bestuursleden zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzig­de statuten in het Handelsregister gehouden door de Kamer van Koophandel neer te leggen.

6. De vereniging dient (indien nodig) te zorgen voor de voorafgaande goedkeuring van de sportbond(en) voor een wijziging van de statuten. Hetzelfde geldt voor de wijziging van de naam van de vereniging.

 

Artikel 21 - Ontbinding en vereffening

1. a. Voor een besluit tot ontbinding van de vereniging is het bepaalde in artikel 18 lid 1 en lid 2 van overeen- komstige toepassing.
b. De vereniging wordt ontbonden door een daartoe strekkend besluit van de algemene vergadering, genomen
met tenminste twee derden van het aantal uitgebrachte geldige stem­men in een vergadering waarin tenminste
een helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.

2. a. De bestuursleden treden na het besluit tot ontbinding van de vereniging op als vereffe­naars.
b. De algemene vergadering is bevoegd na het besluit tot ontbin­ding de alsdan zitting hebbende bestuursleden te ontslaan met gelijktijdige benoeming van één of meer vereffenaars.

3. Bij een besluit tot ontbinding wordt de bestemming van een eventueel batig saldo bepaald, terwijl de algemene vergadering tevens één of meer bewaarders aanwijst.

4. Een eventueel batig saldo zal niet vervallen aan degenen die ten tijde van besluit tot ontbinding lid zijn van de vereniging.

5. De slotafrekening behoeft de goedkeuring van de Commissie Ondersteuning Clubbestu­ren van de KNVB.

6. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en reglemen­ten voor zover mogelijk van kracht. In stukken en aankondigin­gen, die van de vereniging uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".

7. De boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging moeten door de bewaarder(s) worden bewaard gedurende tien jaren na afloop van de vereffening.
 

Artikel 22 - Overige Reglementen

1. De algemene vergadering kan een Algemeen Reglement, Tuchtregle­ment of andere reglementen vaststellen en wijzigen.

2. Een reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

De statuten en reglementen van de vereniging mogen niet in strijd zijn met die van de sportbond(en).